Ontslag op staande voet: Art. 7:677 en 7:678 BW
De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen, maar tegelijkertijd
een vaststellingsovereenkomst meegegeven en de werknemer gezegd hierover na
te denken. De werknemer meent dat hiermee het ontslag op staande voet niet onverwijld
is gegeven en stelt een loonvordering in. De kantonrechter oordeelt dat een
ontslag op staande voet vereist dat de arbeidsovereenkomst niet langer in stand
gehouden kan worden. Hierbij past niet dat de werknemer bedenktijd wordt gegund
om over een beëindigingsovereenkomst na te denken. Het ontslag op staande
voet is derhalve niet terecht gegeven.
Rechtbank Utrecht 11 oktober 2010, BO1390
(03112010)