Concurrentiebeding: vereiste van schriftelijkheid bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

De werknemer is bij de werkgever in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van een jaar. Deze arbeidovereenkomst is tot twee maal toe verlengd, de laatste keer zelfs voor onbepaalde tijd. Het concurrentiebeding is bij de verlenging niet opnieuw schriftelijk overeengekomen. De werknemer wil thans bij de concurrent in dienst treden, de werkgever wil de werknemer aan het concurrentiebeding houden. De werknemer vordert een verklaring voor recht dat hij niet aan het concurrentiebeding is gebonden, vanwege niet voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste. De kantonrechter oordeelt dat de ratio van het schriftelijkheidsvereiste is dat de werknemer zich bewust is van wat hij ondertekent. Dit brengt met zich dat elke verlenging opnieuw het concurrentiebeding moet worden ondertekend. Nu dit niet is gebeurd, zijn partijen geen geldig concurrentiebeding overeengekomen en kan de werknemer zonder belemmering bij de concurrent in dienst treden.

Bron: www.rechtspraak.nl LJN BP2173

(12022011)

 

Terug