Proeftijdbeding

De werknemer is door de werkgever ontslagen met een beroep op de proeftijd. De werknemer vecht dit ontslag aan en stelt een loonvordering in, omdat hij meent dat het proeftijdbeding niet geldig is overeengekomen nu de arbeidsovereenkomst nooit op schrift is gesteld. De voorzieningenrechter oordeelt dat aan een geldig proeftijdbeding het vereiste van geschrift wordt gesteld. Nu hieraan niet is voldaan omdat de arbeidsovereenkomst slechts mondeling is overeengekomen, is tussen partijen geen geldig proeftijdbeding van toepassing. De opzegging is derhalve onterecht gegeven en de loonvordering van de werknemer zal moeten worden toegewezen.

Bron: www.rechtspraak.nl LJN: BP3306 (Rechtbank Breda 1 februari 2011)

(16022011)

 

Terug